Limburgs

Het Limburgs is een West-Germaanse taal die door meer dan één miljoen mensen wordt gesproken. De meest verwante talen zijn Nederlands, Duits en Engels. Geografisch strekt de Limburgse taal zich uit over het noordoosten van België, het zuidoosten van Nederland en een klein gedeelte van aangrenzend Duitsland. Het Limburgs bevindt zich hiermee op het kruispunt van de grote Germaanse en Romaanse culturen. In de jaren 1990 heeft de Nederlandse regering, evenals de Belgische regionale regering van Wallonië, het Limburgs politiek en juridisch erkend als aparte taal.

Taalkundig onderscheidt het Limburgs zich van andere West-Germaanse talen door zijn opmerkelijke distinctieve tonaliteit. Ook wat betreft woordenschat, grammatica en klankleer verschilt het van de twee grotere buurtalen Nederlands en Duits. Net zoals het Catalaans taalkundig is gelegen tussen de twee grotere talen Castiliaans-Spaans en Frans, is het Limburgs gelegen tussen het Nederlands en het Duits. Deze kleinere Europese talen - Catalaans en Limburgs - delen hun oorsprong met die grotere talen, maar hebben hun eigen, onafhankelijke ontwikkeling gekend.

Het Limburgs heeft ook een eigen schrijftraditie, die terugvoert tot in ieder geval 900 n. Chr. De oudste gevonden tekst is de Wachtendonck Codex. Tussen de 11e en 14e eeuw kwam uit Limburg de meest hoogstaande Europese literatuur, met Hendrik van Veldeke als één van de topschrijvers. Tot aan de 15e en 16e eeuw werd het Limburgs in veel delen van Limburg als bestuurstaal gebruikt. Vanaf de 19e eeuw vond er een literaire renaissance van de taal plaats, waarbij er een groot oeuvre van romans, gedichten, toneelstukken, komische opera’s, musicals, popliedjes, krantenartikelen en bepaalde academische teksten tot stand is gekomen. Een alsmaar groeiend bewijs van de vitaliteit van de taal is het toenemend aantal websites in het Limburgs.

Op dit gedeelte van onze site vindt u antwoord op enkele vragen over Limburg en de Limburgse taal. De navigatiebalk aan de linkerkant introduceert niet alleen kort enkele aspecten van de taal, maar biedt ook enige historische, politieke, juridische, taalkundige en sociologische achtergrond.